Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
22 april 2014.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof had de verdachte veroordeeld voor verzet tegen politie waarbij een opsporingsambtenaar lichamelijk letsel zou hebben opgelopen. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest voor zover het betreft de bewezenverklaring van het lichamelijk letsel en de strafoplegging.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de opsporingsambtenaar daadwerkelijk lichamelijk letsel (kneuzing rechterschouder) heeft opgelopen. Hierdoor is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het eerste middel van het cassatieberoep werd verworpen, het tweede middel gegrond verklaard.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor zover het betreft de bewezenverklaring van het lichamelijk letsel en de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 22 april 2014.
Uitkomst: Arrest vernietigd voor bewezenverklaring lichamelijk letsel en strafoplegging, zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.