Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
22 april 2014.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden in een strafzaak. Namens verdachte heeft mr. H. Veldman een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman van verdachte heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist, omdat het middel niet leidt tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarop heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 22 april 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen door de Hoge Raad.