ECLI:NL:HR:2014:925

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2014
Publicatiedatum
16 april 2014
Zaaknummer
14/01527
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22g.3 SrArt. 457 SvArt. 465 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid aanvraag herziening beslissing vervangende hechtenis

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 maart 2014, waarin het hof een bezwaarschrift tegen de kennisgeving van het Openbaar Ministerie tot toepassing van vervangende hechtenis ongegrond verklaarde.

De Hoge Raad beoordeelde of deze beslissing kon worden herzien. Volgens de Hoge Raad is de beslissing van het hof geen uitspraak houdende een veroordeling in de zin van artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan de aanvraag tot herziening niet worden ontvangen op grond van artikel 465, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Daarom verklaarde de Hoge Raad de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, waarbij twee raadsheren niet in staat waren het arrest te ondertekenen.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk omdat de bestreden beslissing geen veroordeling inhoudt.

Uitspraak

15 april 2014
Strafkamer
nr. 14/01527 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 maart 2014, nummer 22/003087-09, ingediend door mr. M.R. Mantz, advocaat te 's-Gravenhage, namens:
[aanvrager], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het Hof heeft het bezwaarschrift als bedoeld in art. 22g, derde lid, Sr tegen de kennisgeving van het Openbaar Ministerie tot toepassing van vervangende hechtenis ongegrond verklaard.

2.De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3.Beoordeling van de aanvraag

De aanvraag zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat de beslissing van het Hof van 20 maart 2014 niet is een uitspraak houdende een veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvraag kan daarom - gelet op art. 465, eerste lid, Sv - niet worden ontvangen.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 april 2014.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.