ECLI:NL:HR:2014:811

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 april 2014
Publicatiedatum
3 april 2014
Zaaknummer
13/04078
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke belastingzaak

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake verzet tegen een eerdere uitspraak. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelde dat het middel geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat het middel niet tot cassatie kan leiden.

De Hoge Raad heeft, na overleg met de Procureur-Generaal, op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee is de procedure in cassatie beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van het middel.

Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of kansloosheid van het middel.

Uitspraak

4 april 2014
Nr. 13/04078
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 28 juni 2013, nr. SGR 12/7739, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 13 februari 2013.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat het voorgestelde middel geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2014.