Uitspraak
[X1]en
[X2]te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 2 juli 2013, nr. BK-12/00524, betreffende een door belanghebbenden op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbenden hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over een bedrag aan overdrachtsbelasting.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbenden bij aangetekende brieven gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn gesteld voor betaling. Het griffierecht is echter niet voldaan en belanghebbenden hebben niet gereageerd op de ingebrekestelling.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht moet het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig voor het opleggen van proceskosten en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Het arrest is gewezen door raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld en is op 28 maart 2014 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.