Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
25 maart 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte, vertegenwoordigd door mr. G. Spong, beroep in cassatie ingesteld tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het hof had op 1 november 2012 uitspraak gedaan in strafzaak nummer H 77/12.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de middelen van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte op 25 maart 2014 verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en N. Jörg, in aanwezigheid van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen door de Hoge Raad.