ECLI:NL:HR:2014:706

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 maart 2014
Publicatiedatum
25 maart 2014
Zaaknummer
13/01888
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in strafzaak zonder nadere motivering

In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, die zijn beoordeeld door de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de middelen geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom is het cassatieberoep verworpen.

Het arrest is gewezen door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, Y. Buruma en N. Jörg, en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 25 maart 2014. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de strafzaak zelf gegeven in dit arrest.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen zonder nadere motivering.

Uitspraak

25 maart 2014
Strafkamer
nr. 13/01888
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 22 maart 2013, nummer 23/005482-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 maart 2014.