Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
25 maart 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 mei 2013. De advocaat van de verdachte heeft een middel van cassatie voorgesteld, dat door de Advocaat-Generaal is bestreden met een conclusie tot verwerping.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof in stand gelaten. De uitspraak werd gedaan in een openbare terechtzitting op 25 maart 2014 door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.