Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
18 maart 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 18 april 2012. De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was nadere motivering niet vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is uitgesproken op 18 maart 2014 door de strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma aanwezig waren. Het beroep is verworpen en het arrest van het hof blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.