Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
14 januari 2014.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 maart 2012. De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, welke zijn beoordeeld door de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat dit geen nadere motivering behoeft, aangezien er geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.
De Hoge Raad wijst het beroep van de verdachte af en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Splinter-van Kan en Buruma. De uitspraak vond plaats tijdens een openbare terechtzitting op 14 januari 2014.
Deze beslissing bevestigt de eerdere uitspraak van het gerechtshof en brengt geen nieuwe rechtsontwikkeling of verduidelijking van het recht. Het cassatieberoep wordt zonder inhoudelijke behandeling verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.