ECLI:NL:HR:2014:520

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 maart 2014
Publicatiedatum
6 maart 2014
Zaaknummer
13/05761
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 AwbArt. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak

In deze zaak heeft belanghebbende een verzoek tot herziening ingediend tegen het arrest van 25 november 2011, nummer 10/04795. De Hoge Raad heeft dit verzoek beoordeeld op ontvankelijkheid.

De Hoge Raad oordeelt dat het verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden bevat zoals bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor kan het verzoek niet leiden tot herziening van het eerdere arrest.

Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Het arrest is in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2014 door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), Th. Groeneveld en J. Wortel.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.

Uitspraak

7 maart 2014
Nr. 13/05761
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 25 november 2011, nr. 10/04795.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2014.