ECLI:NL:HR:2014:493

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 maart 2014
Publicatiedatum
6 maart 2014
Zaaknummer
13/03226
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslag 2010

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het gerechtshof van 15 mei 2013, waarin het verzet tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2010 was afgewezen.

De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard en het arrest is op 7 maart 2014 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

7 maart 2014
Nr. 13/03226
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Rechtbank Den Haagvan 15 mei 2013, nr. SGR 12/9687, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 30 januari 2013 betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2014.