Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2014:412

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 februari 2014
Publicatiedatum
21 februari 2014
Zaaknummer
13/05667
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 38a Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizenArt. 38c lid 1 Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizenArt. 41 Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizenArt. 41a Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen toepassing kamerprogramma onder Wet Bopz

In deze zaak heeft betrokkene cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant inzake de toepassing van het kamerprogramma onder de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).

De rechtbank had geoordeeld over de toepassing van artikel 38c lid 1 Wet Bopz, waarbij de vraag speelde of sprake was van een verschrijving en of betrokkene belang had bij de klacht. Tevens was aan de orde of de rechtbank had miskend dat een individuele beoordeling vereist is bij toepassing van het kamerprogramma.

De Hoge Raad verwijst naar de beschikking van de rechtbank van 16 augustus 2013 en stelt vast dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 RO Pro is geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom wordt het cassatieberoep verworpen. De uitspraak is gedaan door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp, Drion en in het openbaar uitgesproken door De Groot.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de beschikking over de toepassing van het kamerprogramma onder de Wet Bopz.

Uitspraak

21 februari 2014
Eerste Kamer
nr. 13/05667
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
(DE BEHANDELAAR IN) HET PSYCHIATRISCH ZIEKENHUIS VAN GGZ EINDHOVEN EN IDRIS (AMRANT-GROEP)
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de behandelaar.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/01/264810/FA RK 13-3326 van de rechtbank Oost-Brabant van 16 augustus 2013.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
In cassatie is geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 20 januari 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
21 februari 2014.