Uitspraak
wonende te [woonplaats], België,
gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
21 februari 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiser cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 februari 2013, waarbij het hof een eerdere uitspraak bevestigde. Het geschil betreft de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO), specifiek de vraag of een nieuwe grief die na comparitie is opgeworpen, strijdig is met de strakke regel van artikel 81 RO Pro.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Haarlem en de arresten van het hof Amsterdam voor het geding in feitelijke instanties. In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Daarom verwerpt de Hoge Raad het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van CNV nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Snijders, Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door De Groot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.