ECLI:NL:HR:2014:4005

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 oktober 2014
Publicatiedatum
20 januari 2015
Zaaknummer
14/00919
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase

De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, met verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad oordeelde dat de eerste en tweede middelen niet tot cassatie konden leiden en dat deze geen nadere motivering behoefden. Het derde middel klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro, omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden. Dit middel werd gegrond verklaard.

Als gevolg hiervan werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd van zes jaren naar vijf jaren en elf maanden. De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend wat betreft de strafduur en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken op 14 oktober 2014 door de Strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd naar vijf jaren en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.

Uitspraak

14 oktober 2014
Strafkamer
nr. S 14/00919
JH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 31 mei 2013, nummer 23/003398-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het derde middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van zes jaren.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze vijf jaren en elf maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 oktober 2014.