ECLI:NL:HR:2014:40

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 januari 2014
Publicatiedatum
8 januari 2014
Zaaknummer
12/03868
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie

De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. Echter zijn namens de verdachte geen middelen van cassatie tijdig ingediend door een raadsman, zoals vereist volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Advocaat-Generaal concludeerde dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moest worden in het cassatieberoep. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees erop dat het niet naleven van de termijn voor het indienen van middelen van cassatie leidt tot niet-ontvankelijkheid.

Het arrest werd uitgesproken op 7 januari 2014 door de Strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de vice-president en twee raadsheren aanwezig waren. De uitspraak betekent dat het cassatieberoep van de verdachte niet inhoudelijk is behandeld vanwege procedurele niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Uitspraak

7 januari 2014
Strafkamer
nr. 12/03868
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 17 juli 2012, nummer 21/001373-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 januari 2014.