Uitspraak
,nummer RK 12/1055
,op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
18 februari 2014.
Hoge Raad
Klaagster stelde een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv tegen de inbeslagneming van stukken bij haar en bij een derde. De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond voor zover het gericht was tegen de inbeslagneming bij de derde en heropende het onderzoek voor het beslag bij klaagster zelf, waarbij zij de zaak verwees naar de rechter-commissaris voor nader onderzoek. De rechtbank bepaalde dat verdere beslissingen werden aangehouden.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep tegen deze beschikking. Volgens artikel 552d Sv kan cassatieberoep alleen worden ingesteld tegen een beschikking als bedoeld in artikel 552a Sv, waaronder niet valt een tussenbeschikking zoals in deze zaak. Omdat tegen het deel van de beschikking dat het beslag bij de derde betrof geen cassatiemiddelen waren voorgesteld, werd klaagster voor dat deel niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van het deel van de beschikking dat betrekking had op het beslag bij klaagster zelf, oordeelde de Hoge Raad dat deze beslissing een tussenbeschikking was waartegen geen cassatieberoep openstaat. De Hoge Raad wees een andere uitleg af omwille van rechtszekerheid en duidelijkheid voor procespartijen.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep van klaagster niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de beperkingen van cassatiemiddelen tegen tussenbeschikkingen in beslagprocedures.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtsmiddel tegen de tussenbeschikking.