Uitspraak
1.Geding in cassatie
2 Beoordeling van het middel
3.Beslissing
16 december 2014.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor poging tot overval op 31 augustus 2010 te Amsterdam-Noord. Het hof baseerde zijn oordeel mede op een getuigenverklaring die door de verdediging niet kon worden ondervraagd, en op historische gegevens van het mobiele telefoontoestel en de SIM-kaart van verdachte.
De verdediging voerde aan dat de getuigenverklaring niet als bewijs mocht worden gebruikt wegens strijd met artikel 6 EVRM Pro, omdat de verdediging geen gelegenheid had tot ondervraging. De Hoge Raad herhaalt dat een dergelijke verklaring niet zonder meer onrechtmatig is als deze in belangrijke mate wordt ondersteund door ander bewijsmateriaal.
Het hof had vastgesteld dat verdachte kennelijk leugenachtig had verklaard over het gebruik van zijn telefoon en dat de peilgegevens van zijn telefoon rond het tijdstip van het delict in de omgeving van de plaats van het delict waren. Ook de verklaring van de getuige over de poging tot overval vond het hof betrouwbaar genoeg om mee te wegen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze overwegingen terecht heeft gemaakt en het bewijsrechtelijk kader correct heeft toegepast. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bevestigd.