Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
De verbalisanten zagen de auto rijden en stoppen in een S-bocht van de weg. Vanuit het aan de linkerzijde van de weg gelegen struikgewas liep een donkergeklede manspersoon via de achterzijde van de auto om de auto heen en nam plaats op de bijrijderstoel, waarna de auto met hoge snelheid wegreed. Nadat de auto tot staan was gebracht bleek dat deze daadwerkelijk door genoemde [medeverdachte 1] werd bestuurd, dat de verdachte daarin zat als bijrijder en een medeverdachte, [medeverdachte 2], achterin. Vervolgens zagen zij dat de jas en de broek van de verdachte nat waren en dat daar graszaden op zaten en dat ook de broek van [medeverdachte 2] nat was, dat daar graszaden op zaten en dat hij modder in zijn gezicht had.
3.Beslissing
7 januari 2014.