Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
9 december 2014.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of een onrechtmatige doorzoeking van de auto van verdachte, waarbij een vuurwapen werd aangetroffen zonder zijn toestemming, het bewijs moest worden uitgesloten. Het Hof had geoordeeld dat sprake was van een onherstelbare schending van artikel 121 SvNA Pro, maar dat het nadeel door strafvermindering gecompenseerd moest worden in plaats van bewijsuitsluiting.
De verdachte werd ervan verdacht een pistool en munitie bij zich te hebben gehad. De verdediging voerde aan dat de doorzoeking zonder toestemming was en daarmee onrechtmatig, waardoor het bewijs uitgesloten moest worden. Het Hof stelde vast dat de verbalisanten tegenstrijdige verklaringen hadden gegeven over de toestemming, en concludeerde dat geen toestemming was gegeven, wat een onherstelbare normschending opleverde.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat strafvermindering het passende rechtsgevolg is, niet bewijsuitsluiting. Het Hof had bij de belangenafweging meegewogen dat strafvermindering ook een stimulans is voor verbalisanten om duidelijkheid te verschaffen over toestemming bij doorzoekingen. Het beroep van verdachte werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat strafvermindering passend is bij onherstelbare onrechtmatige doorzoeking zonder bewijsuitsluiting.