Uitspraak
wonende te [woonplaats], vertegenwoordigd door haar bewindvoerder [de bewindvoerder],
gevestigd te Rotterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
5 december 2014.
Hoge Raad
In deze zaak is een bewind ingesteld over het vermogen van eiseres, waarbij NVL aanvankelijk als bewindvoerder optrad en later een opvolgend bewindvoerder. Het geschil betreft de vraag of NVL tekort is geschoten in haar taak als bewindvoerder in relatie tot het beheer van een door de moeder van eiseres geschonken vermogen, dat via een stichting werd beheerd.
De moeder van eiseres had een deel van haar vermogen aan een stichting geschonken, die het beheer voerde over de gelden. NVL was bestuurslid van deze stichting. Eiseres stelde dat NVL onzorgvuldig had gehandeld door onder meer uitkeringen te doen aan haar moeder zonder schriftelijke afspraken of toestemming van de kantonrechter, en dat NVL als bewindvoerder verantwoordelijk was voor het beheer van het geschonken vermogen.
De rechtbank oordeelde dat NVL tekort was geschoten en veroordeelde tot schadevergoeding. Het hof vernietigde dit vonnis en wees de vorderingen af, stellende dat het beheer van het geschonken vermogen niet tot de taak van NVL als bewindvoerder behoorde, maar bij de stichting lag. Ook vond het hof dat de declaraties van de belastingadviseur niet buitensporig waren.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en verwerpt het cassatieberoep, overwegende dat het hof terecht aannam dat het beheer bij de stichting lag en NVL niet tekortgeschoten is. Tevens is het oordeel over de hoogte van de declaraties niet onbegrijpelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vorderingen van eiseres worden afgewezen.