ECLI:NL:HR:2014:3523

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 december 2014
Publicatiedatum
4 december 2014
Zaaknummer
13/04424
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatieberoep inzake onrechtmatige overheidsdaad gemeente

In deze zaak stond centraal de vraag of de gemeente Westland onrechtmatig had gehandeld door onjuiste informatie te verstrekken over de mogelijkheid tot bezwaar tegen een eerder genomen besluit. De rechtbank 's-Gravenhage en het gerechtshof Den Haag hadden eerder geoordeeld over de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding bij het indienen van bezwaar. De Hoge Raad verwijst naar deze eerdere uitspraken en toetst de cassatieklachten.

Het cassatieberoep betrof met name de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de Raad van State (RO) en de vraag of het oordeel van de bestuursrechter over de termijnoverschrijding en de formele rechtskracht van het besluit in cassatie kon worden herzien. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de eiser in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft het oordeel van de lagere bestuursrechter over de onrechtmatige overheidsdaad en de termijnoverschrijding ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

5 december 2014
Eerste Kamer
13/04424
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.J. Fontijn,
t e g e n
GEMEENTE WESTLAND,
zetelende te Naaldwijk,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 381293/HA ZA 10-4130 van de rechtbank 's-Gravenhage van 9 maart 2011 en 24 augustus 2011;
b. de arresten in de zaak 200.098.449/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2012 en 23 april 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van 23 april 2013 van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor de Gemeente toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 oktober 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
5 december 2014.