Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het middel
4.Slotsom
5.Beslissing
18 februari 2014.
Hoge Raad
Op 1 oktober 2010 veroorzaakte de verdachte een dodelijk verkeersongeval op de Nieuwveenseweg te Nieuwkoop door onder invloed van alcohol (885 microgram per liter uitgeademde lucht) slingerend en onvoldoende rechts te rijden, waarbij een motorrijder werd aangereden en overleed.
Het hof kwalificeerde het gedrag als roekeloos in de zin van art. 6 jo Pro. 175, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994, mede vanwege het fors alcoholgebruik en het rijgedrag, en legde een straf op. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze kwalificatie.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor roekeloosheid als zwaarste schuldvorm en stelt dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft dat het gedrag van de verdachte aan deze hoge norm voldoet. Hoewel het gedrag onvoorzichtig en onoplettend was, ontbrak het aan voldoende bewijs dat sprake was van roekeloosheid in de wettelijke zin.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling, waarbij het hof opnieuw moet beoordelen of de gedragingen van de verdachte de zwaarste schuldvorm rechtvaardigen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende bewijs voor roekeloosheid en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.