Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
2 december 2014.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 8 november 2013. De advocaat van de verdachte heeft een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat het middel niet leidt tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigd. De uitspraak is gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 2 december 2014 in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.