Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
25 november 2014.
Hoge Raad
De verdachte, geboren in 1988, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 december 2013. Namens hem heeft mr. R.I. Takens een middel van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 25 november 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen door de Hoge Raad.