Uitspraak
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
21 november 2014.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om de schadeloosstelling aan [eiseres] B.V. na onteigening van bedrijfsmatig gebruikte onroerende zaken, waaronder een glastuinbouwbedrijf. De rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op basis van vervangingswaarde en slechts een beperkte vergoeding van de onrendabele top toegekend.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door de waardering van het vervangend object niet op marktwaarde maar op vervangingswaarde te baseren. Volgens de Hoge Raad moet de onrendbare top worden berekend als het verschil tussen de totale stichtingskosten en de marktwaarde van het vervangend object na aanpassing.
De Hoge Raad benadrukt dat de onteigende volledig schadeloos moet worden gesteld, waarbij zowel vermogens- als inkomensschade gelijkwaardig moeten zijn aan de situatie vóór onteigening. De vergoeding van een gekapitaliseerde rentevergoeding als financieringsschade herstelt de vermogenspositie niet volledig.
Het arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling. Tevens wordt de gemeente veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en bepaalt dat de onrendabele top moet worden vergoed op basis van marktwaarde, waarna de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.