Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
18 november 2014.
Hoge Raad
De betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Echter zijn er geen middelen van cassatie tijdig door een raadsman ingediend bij de Hoge Raad, wat een vereiste is volgens de wet.
De Advocaat-Generaal concludeerde daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene. De Hoge Raad oordeelde dat het niet voldoen aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, in verbinding met artikel 511h Sv, betekent dat de betrokkene niet kan worden ontvangen in het beroep.
Daarom verklaarde de Hoge Raad de betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.