Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
De vrouw heeft verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen.
4.Beslissing
14 februari 2014.
Hoge Raad
De man en vrouw waren van augustus 2000 tot februari 2009 gehuwd en vervolgens gescheiden. De rechtbank stelde in april 2010 partneralimentatie vast op € 2.300 per maand vanaf 5 februari 2009. De man verzocht om wijziging van deze alimentatie met terugwerkende kracht.
De rechtbank wijzigde de alimentatie naar € 1.410 per maand. In hoger beroep verzocht de man om een verdere verlaging naar € 1.050 per maand voor de periode van 5 februari 2009 tot 1 januari 2011. Het hof stelde de alimentatie voor de periode tot 8 oktober 2010 vast op € 1.050, maar wees het verzoek af voor de periode van 9 oktober 2010 tot 1 januari 2011.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd was getreden door de alimentatie voor die periode te wijzigen zonder dat de vrouw daartegen beroep had ingesteld. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest voor dat onderdeel en stelde zelf de alimentatie voor de periode van 9 oktober 2010 tot 1 januari 2011 vast op € 1.410 per maand.
Hiermee benadrukt de Hoge Raad het verbod van reformatio in peius en de grenzen van de rechtsstrijd bij alimentatiezaken, waarbij een wijziging niet ten nadele van een partij mag plaatsvinden zonder dat die partij hiertegen in beroep is gegaan.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt de partneralimentatie voor de periode 9 oktober 2010 tot 1 januari 2011 vast op € 1.410 per maand.