Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 april 2014, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting over 2012 voor een onroerende zaak te [a-straat 1] te [Z].
De Hoge Raad heeft beoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na het horen van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 24 oktober 2014 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.