Uitspraak
gevestigd te Soest,
kantoorhoudende te Utrecht,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
17 oktober 2014.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Rabobank als hypotheekhouder een verzoek ingediend tot verlenging van de termijn als bedoeld in artikel 58 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Dit verzoek werd door de rechter-commissaris afgewezen, mede vanwege het belang van een voortvarende afwikkeling van de faillissementsboedel.
Rabobank stelde beroep in cassatie in tegen deze afwijzing. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Daarbij werd overwogen dat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zodat geen nadere motivering noodzakelijk was.
De Hoge Raad heeft het beroep van Rabobank verworpen en haar veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft de beslissing van de rechter-commissaris in stand en wordt het verzoek tot verlenging van de termijn afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Rabobank wordt verworpen en het verzoek tot termijnverlenging afgewezen.