ECLI:NL:HR:2014:2946

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 oktober 2014
Publicatiedatum
13 oktober 2014
Zaaknummer
13/02092
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie tegen uitspraak over WOZ en belastingaanslagen

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 november 2012, waarin hoger beroep was behandeld tegen uitspraken van de Rechtbank Alkmaar over WOZ-beschikkingen en belastingaanslagen voor de jaren 2007 en 2008 betreffende een onroerende zaak te Z.

Daarnaast werd een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel op 10 oktober 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

10 oktober 2014
nr. 13/02092
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 15 november 2012, nrs. 10/00076 en 10/00077, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank te Alkmaar (nrs. AWB 08/3660 en AWB 09/1185) betreffende beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor de jaren 2007 en 2008, de aan belanghebbende voor het jaar 2007 opgelegde aanslagen in de onroerendezaakbelasting, rioolrecht en afvalstoffenheffing alsmede de voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelasting ter zake van de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z] en de afwijzing van het verzoek van belanghebbende om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2014.