Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
(...)
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
30 september 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene was vastgesteld op €8.690 en de betalingsverplichting op €7.800.
De Hoge Raad constateert een kennelijke misslag in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, doordat het hof abusievelijk een bedrag dubbel had meegeteld. Na correctie stelt de Hoge Raad het voordeel vast op €8.572 en vermindert de betalingsverplichting tot €7.715.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden, ook in cassatie, waardoor de betalingsverplichting verder wordt verminderd tot €6.943.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor zover het de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting betreft en doet zelf de zaak af met de gecorrigeerde bedragen.
De overige onderdelen van het cassatieberoep worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel tot €8.572 en de betalingsverplichting tot €6.943.