Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
26 september 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoeker die in het geding is gekomen wegens afwijzing van zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Na behandeling door de rechtbank Limburg en het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarbij het hof het verzoek afwees, werd cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwijst naar de vonnissen van de lagere instanties en overweegt dat de aangevoerde klachten in het cassatiemiddel niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO) is geen nadere motivering nodig omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling nopen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens gericht op verwerping van het cassatieberoep. Uiteindelijk verwerpt de Hoge Raad het beroep en bevestigt daarmee het arrest van het hof dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afwijst.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling blijft afgewezen.