Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
23 september 2014.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 23 september 2014 het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 oktober 2013 vernietigd. Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt vastgesteld op basis van twee eerdere oogsten, terwijl de verdediging had aangevoerd dat slechts één eerdere oogst aannemelijk was. Het hof gaf niet in het bijzonder de redenen voor deze afwijking van het verdedigersstandpunt.
De verdediging had in een pleitnota onderbouwd dat slechts één eerdere oogst mogelijk was, mede vanwege de kweekcyclus en de beperkte informatie over hennepstekjesleveringen. Het hof baseerde zijn schatting op diverse bewijsmiddelen, waaronder proces-verbaal bevindingen over aangetroffen hennepplanten en telefoongegevens die leveringen van hennepstekjes in augustus en september 2010 aantoonden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof in strijd met artikel 359, tweede lid, tweede volzin, Sv heeft gehandeld door niet de bijzondere redenen te geven voor de afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het arrest. De zaak is terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van motivering bij afwijking van het verdedigersstandpunt en de zaak wordt terugverwezen.