ECLI:NL:HR:2014:2736

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 september 2014
Publicatiedatum
18 september 2014
Zaaknummer
14/03246
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in WIA-zaak

Belanghebbende uit België heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).

De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling rechtvaardigen, omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Daarom verklaart de Hoge Raad, op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en Th. Groeneveld en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en gebrek aan kans op succes.

Uitspraak

19 september 2014
Nr. 14/03246
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 6 juni 2014, nr. 12/1946 WIA, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank te Leeuwarden (nr. 09/1429) betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2014.