ECLI:NL:HR:2014:2727

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 september 2014
Publicatiedatum
18 september 2014
Zaaknummer
14/01241, 14/01243
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende, een B.V., had beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag betreffende de zuiveringsheffing voor de jaren 2011 en 2012 over een onroerende zaak te ’s-Gravenhage.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Dit griffierecht werd niet tijdig voldaan. Na een nadere brief waarin belanghebbende de mogelijkheid kreeg om een verklaring te geven, oordeelde de Hoge Raad dat de aangevoerde redenen onvoldoende waren om het verzuim te rechtvaardigen.

Daarom werd het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen en besloot het betaalde griffierecht terug te geven.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

19 september 2014
Nrs. 14/01241 en 14/01243
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraken van de
Rechtbank Den Haagvan 24 januari 2014, nrs. SGR 13/2814 en 13/2789, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2011 en 2012 opgelegde aanslagen in de zuiveringsheffing betreffende de onroerende zaak Seinpostduin 15 te ’s-Gravenhage.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 16 mei 2014, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 18 juni 2014 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 20 juni 2014 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2014.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 493 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.