Uitspraak
1.Geding in cassatie
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het door de verdachte ingestelde beroep
3 Beoordeling van het door de Advocaat-Generaal bij het Hof voorgestelde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
9 september 2014.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het voorbereiden en bevorderen van handel in grote hoeveelheden MDMA en cocaïne. Het hof had verdachte vrijgesproken op grond van bewijsuitsluiting wegens onherstelbare vormverzuimen bij de inzet van een buitenlandse opsporingsambtenaar.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de vormverzuimen tot bewijsuitsluiting moesten leiden. Het hof had niet de in art. 359a Sv genoemde factoren betrokken, zoals het belang van het geschonden voorschrift en de ernst van het verzuim.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van verdachte niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, vernietigt het hofarrest voor zover het bewijsuitsluiting betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Het beroep van de Advocaat-Generaal wordt deels toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard, het hofarrest wordt vernietigd voor het onderdeel bewijsuitsluiting en de zaak wordt terugverwezen.