ECLI:NL:HR:2014:26

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 januari 2014
Publicatiedatum
7 januari 2014
Zaaknummer
12/03996
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie tegen arrest Gerechtshof Leeuwarden

Op 7 januari 2014 heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 24 januari 2012. Het cassatieberoep was ingesteld door verdachte, bijgestaan door mr. H.W. van Eeuwijk. De Advocaat-Generaal J. Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het arrest werd derhalve zonder inhoudelijke behandeling van de middelen verworpen.

Het arrest is gewezen door raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van het hof en sluit het cassatieproces af.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

7 januari 2014
Strafkamer
nr. 12/03996
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 24 januari 2012, nummer 24/003090-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.W. van Eeuwijk, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal J. Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 januari 2014.