Uitspraak
1.De procedure
2.Beoordeling van het wrakingsverzoek
3.Beslissing
31 januari 2014.
Hoge Raad
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren Van Loon, Fierstra en Koopman die een arrest zouden wijzen in een herzieningszaak. Dit verzoek werd behandeld door een wrakingskamer bestaande uit Corstens, Streefkerk en Van den Brink. Vervolgens vroeg verzoeker ook wraking van deze wrakingskamerleden, waarna een nieuwe wrakingskamer werd samengesteld.
De wrakingskamer verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in het tweede wrakingsverzoek en bepaalde dat toekomstige wrakingsverzoeken niet in behandeling worden genomen. Hierdoor konden de leden Corstens, Streefkerk en Van den Brink het oorspronkelijke wrakingsverzoek beoordelen.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde gronden onvoldoende concreet zijn om onpartijdigheidsschade aan te nemen. Het feit dat het arrest zonder zitting wordt gewezen is wettelijk toegestaan en vormt geen reden voor wraking. Verzoeker misbruikt de bevoegdheid tot wraking door herhaalde verzoeken in te dienen.
Daarom wijst de Hoge Raad het wrakingsverzoek af en sluit zij de deur voor verdere wrakingsverzoeken in deze herzieningszaak. Tevens vindt geen zitting plaats ter behandeling van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken in deze herzieningszaak worden niet meer in behandeling genomen.