Belanghebbende uit België stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 juli 2013, dat op zijn beurt het hoger beroep behandelde tegen een beschikking van de Rechtbank te Breda. De zaak betrof een beschikking op grond van artikel 8a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, binnen het bestuursrecht en belastingrecht.
De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en een conclusie van repliek van belanghebbende. Bij de beoordeling van de klachten concludeerde de Hoge Raad dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad besloot geen proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer C. Schaap als voorzitter, samen met raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren op 31 januari 2014.