Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
1 juli 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Den Haag bewezenverklaard van het voorhanden hebben van een bromfiets waarvan hij wist dat deze door misdrijf was verkregen. Het Hof baseerde zijn bewezenverklaring op een opgave van bewijsmiddelen, waaronder een bekennende verklaring van de verdachte.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouwe van de verdachte echter vrijspraak bepleit. Volgens art. 359, derde lid, Sv mag een Hof niet volstaan met een opgave van bewijsmiddelen indien door of namens de verdachte vrijspraak is bepleit.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof hiermee een onjuiste rechtsregel heeft toegepast en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het Hof Den Haag voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Den Haag wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.