Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Beslissing
1 juli 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin het hof het verzoek van de verdediging tot het horen van vijf getuigen heeft afgewezen. De verdediging had de processen-verbaal van de getuigenverklaringen pas kort voor de terechtzitting in hoger beroep ontvangen en wilde de getuigen nader bevragen over specifieke punten.
Het hof oordeelde dat het verzoek niet tijdig was gedaan en dat de verdediging niet voldoende specifiek had aangegeven welke aanvullende vragen zij aan de getuigen wilde stellen. Bovendien waren de getuigen al uitgebreid gehoord in eerdere procedures, waaronder in de zaak tegen een medeverdachte. De Hoge Raad toetst in cassatie niet de juistheid van de beslissing van het hof, maar alleen de begrijpelijkheid en motivering daarvan.
De Hoge Raad concludeert dat het hof de afwijzing begrijpelijk en toereikend heeft gemotiveerd, mede gelet op het procesverloop en het beperkte belang van het horen van de getuigen gezien eerdere verklaringen. Het beroep in cassatie wordt verworpen, waarmee de beslissing van het hof wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot het horen van getuigen wordt afgewezen.