Uitspraak
gevestigd te Maaseik, België,
2. [verweerster 2],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
20 juni 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft Jomo Vastgoed N.V. cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin een geschil over de totstandkoming van een overeenkomst centraal stond. De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van wilsovereenstemming tussen partijen en de uitleg van de gedingstukken.
De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere vonnissen van de rechtbank Roermond en het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Jomo heeft beroep in cassatie ingesteld, terwijl de wederpartij heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat de klachten van Jomo niet tot cassatie kunnen leiden, mede omdat deze niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt Jomo in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van de wederpartij zijn begroot op €1.933,34 aan verschotten en €2.200,- voor salaris. Het arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Heisterkamp, Tanja – van den Broek en in het openbaar uitgesproken door vice-president Van Schendel.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Jomo Vastgoed N.V. wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.