Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
17 juni 2014.
Hoge Raad
De verdachte, geboren in 1991, stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 juni 2013. Namens verdachte diende mr. S.M. Diekstra een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman schriftelijk reageerde.
De Hoge Raad beoordeelde het middel en oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist, omdat het middel niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt.
De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte verworpen en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bekrachtigd. Het arrest is gewezen door raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 17 juni 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Den Haag wordt bekrachtigd.