ECLI:NL:HR:2014:141

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2014
Publicatiedatum
22 januari 2014
Zaaknummer
12/03051
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in strafzaak zonder nadere motivering

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden in een strafzaak. Namens de verdachte heeft mr. G.E.M. Later middelen van cassatie voorgesteld. De waarnemend Advocaat-Generaal J. Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist, omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest is op 21 januari 2014 gewezen door de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan (voorzitter), W.F. Groos en V. van den Brink. Het beroep is verworpen en het arrest van het hof Leeuwarden blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

21 januari 2014
Strafkamer
nr. 12/03051
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 4 juni 2012, nummer 24/001831-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.E.M. Later, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal J. Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 januari 2014.