ECLI:NL:HR:2014:1367

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2014
Publicatiedatum
11 juni 2014
Zaaknummer
12/04857
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in strafzaak zonder nadere motivering

De verdachte, geboren in 1961, stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 oktober 2012 in een strafzaak. Namens de verdachte diende mr. P.M. van Russen Groen middelen van cassatie in. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist, omdat de middelen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.

Daarom werd het beroep verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, met raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 10 juni 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.

Uitspraak

10 juni 2014
Strafkamer
nr. 12/04857
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 oktober 2012, nummer 22/001726-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.M. van Russen Groen, advocaat te Den Haag, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 juni 2014.