Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
10 juni 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd ervan verdacht dat hij door een samenweefsel van verdichtsels het slachtoffer had bewogen tot het afgeven van een geldbedrag bij de verkoop van een Mercedes Benz E280 CDI. Het hof had bewezen verklaard dat de verdachte zich bedrieglijk had voorgedaan als rechtmatige eigenaar en de auto ter verkoop had aangeboden, waardoor het slachtoffer tot betaling werd bewogen.
De Hoge Raad oordeelde dat voor het vaststellen van een samenweefsel van verdichtsels alle omstandigheden van het geval moeten worden meegewogen, waaronder de vertrouwenwekkende aard en de indringendheid van de onware mededelingen, de mate van omzichtigheid die het slachtoffer had moeten betrachten en diens persoonlijkheid. De bewezenverklaring van het hof was onvoldoende gemotiveerd om aan te tonen dat het slachtoffer door een samenweefsel van verdichtsels was bewogen tot afgifte van geld.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor dat onderdeel en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en beslissing. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 10 juni 2014.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onderdeel samenweefsel van verdichtsels en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.