Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Beoordeling van het derde middel
6.Slotsom
7.Beslissing
10 juni 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een zware mishandeling waarbij verdachte op 25 juli 2009 in Almere het slachtoffer met een bierglas en daarna met een vuist heeft geslagen, wat leidde tot een blijvend litteken. Het hof verwierp het beroep op noodweer(exces) omdat geen situatie was vastgesteld waarin verdachte zich redelijkerwijs bedreigd kon voelen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het verweer tegen de verwerping van noodweer(exces) voldoende heeft gemotiveerd en dat dit verweer faalt. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het hof zijn beslissing over de schadevergoeding aan de benadeelde partij onvoldoende had gemotiveerd, vooral omdat de benadeelde partij reeds een bedrag had ontvangen dat de grondslag van de vordering deels wegneemt.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest over de schadevergoeding en de daaraan verbonden schadevergoedingsmaatregel en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van dat onderdeel. Het overige beroep van verdachte werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het deel over schadevergoeding en wijst de zaak terug; het beroep op noodweer(exces) wordt verworpen.