ECLI:NL:HR:2014:1351

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juni 2014
Publicatiedatum
6 juni 2014
Zaaknummer
14/01486
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 1 onder b Fw
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing toelatingsverzoek WSNP wegens gebrek aan goede trouw

De zaak betreft een verzoekster die in eerste aanleg en hoger beroep een toelatingsverzoek tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) heeft ingediend. Zowel de rechtbank als het gerechtshof hebben dit verzoek afgewezen. De kern van het geschil is of de verzoekster te goeder trouw was bij het indienen van het verzoek.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van de lagere instanties en overweegt dat de klachten van de verzoekster in cassatie niet leiden tot cassatie. Daarbij is van belang dat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigt dat het ontbreken van goede trouw een gegronde reden is om een toelatingsverzoek tot de WSNP af te wijzen op grond van artikel 288 lid 1 onder Pro b van de Faillissementswet.

Het arrest wordt gewezen door de raadsheren Van Buchem – Spapens, Heisterkamp en Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot op 6 juni 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het toelatingsverzoek tot de WSNP wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.

Uitspraak

6 juni 2014
Eerste Kamer
nr. 14/01486
EV/NH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/09/451975/ FT RK 13/2196 van de rechtbank Den Haag van 4 december 2013;
b. het arrest in de zaak 200.138.406/01 van het gerechtshof Den Haag van 13 maart 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het verzoek.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem – Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
6 juni 2014.