Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
21 januari 2014.
Hoge Raad
In deze jeugdzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van een minderjarige verdachte verworpen. De zaak betreft een overval met geweld en het bezit van een stroomstootwapen. De verdachte werd aangehouden en verhoord zonder dat hij tijdens het verhoor door een raadsman of vertrouwenspersoon werd bijgestaan, terwijl hij dat recht had.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat een aangehouden verdachte, ook een minderjarige, recht heeft op voorafgaande raadpleging van een advocaat en rechtsbijstand tijdens het verhoor. Indien dit niet binnen redelijke grenzen wordt geboden, leidt dit in principe tot bewijsuitsluiting van de verklaringen die zonder bijstand zijn afgelegd. In deze zaak heeft het hof ten onrechte geoordeeld dat geen schending van rechtsbijstandnormen had plaatsgevonden.
Desondanks oordeelt de Hoge Raad dat de verdachte geen rechtens te respecteren belang heeft bij vernietiging van het bestreden arrest, mede vanwege de inhoud van de verklaring die de verdachte later heeft afgelegd. Daarom leidt het middel niet tot cassatie. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het arrest van het hof blijft in stand ondanks schending van het recht op rechtsbijstand.